Deze verordening verstaat onder:
vaartuigen:
alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd danwel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen, drijvende werktuigen zoals een werkvlot, pont, elevator, drijvende kraan, sleep- of duwboot, bok, zandzuiger, baggermolen e.d., alsmede balken, stammen, palen, vlotten e.d. die in het water worden vervoerd;
meren:
het vastmaken van vaartuigen aan de daartoe bestemde middelen, onverschillig of die middelen eigendom van de gemeente of derden zijn, of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn vastgemaakt;
woonschip:
elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot dag- en/of nachtverblijf van één of meer personen;
een vaar- of drijftuig als bedoeld onder a. in aanbouw;
een casco, dat tot een vaar- of drijftuig als bedoeld onder a. kan worden opgebouwd;
elk vaar- of drijftuig, waarin of waarop bedrijfsmatige of soortgelijke activiteiten worden uitgeoefend of dat daartoe is ingericht;
een vaar- of drijftuig als bedoeld onder a. tot en met d., dat is ingegraven, aangeaard, op de wal getrokken of door andere oorzaak niet onmiddellijk kan varen of drijven;
de overblijfselen van een vaar- of drijftuig als bedoeld onder a. tot en met e.;
gezagvoerder:
degene die op een vaartuig met de leiding is belast of feitelijk de leiding in handen heeft; bij een woonschip wordt hieronder verstaan de gebruiker respectievelijk de eigenaar ervan;
gemeentewater:
vaarwater, dat aan de gemeente Alkmaar in eigendom behoort, alsmede vaarwater dat bij de gemeente in onderhoud is of waarover de gemeente het beheer heeft;
bevoegde ambtenaar:
de als zodanig door burgemeester en wethouders aangestelde ambtenaar, of diens waarnemer;
B.P.R.:
het Binnenvaart Politiereglement.