De gezagvoerder of, bij diens ontstentenis, de beheerder of eigenaar van een gezonken vaartuig of een voor de scheepvaart hinderlijk voorwerp, is verplicht om onmiddellijk na het zinken daarvan kennis te geven aan de bevoegde ambtenaar.
Zowel bij dag als bij nacht dienen door of vanwege vorengenoemde personen zodanige bakens en/of lichten op of nabij het gezonken vaartuig of het voorwerp te worden geplaatst als door de havenmeester nodig wordt geoordeeld.
De gezagvoerder of, bij diens ontstentenis, de beheerder of eigenaar, dient ervoor zorg te dragen dat het gezonken vaartuig of voorwerp binnen een door de bevoegde ambtenaar te stellen termijn uit het water is verwijderd, respectievelijk de lading is verwijderd waarna het wrak wordt gelicht.
Hoofdstuk
Artikel 21
Gezonken vaartuigen en voorwerpen
Onderdeel van Scheepvaart- en havenverordening