Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 31

Het innemen van een ligplaats

Onderdeel van Scheepvaart- en havenverordening

De gezagvoerder van een vaartuig moet binnen 24 uur na aankomst van zijn vaartuig binnen de gemeentegrenzen, daarvan melding doen aan de bevoegde ambtenaar. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders ligplaats in te nemen aan kaden, oevers, steigers, trappen, bruggen en andere kunstwerken in eigendom, beheer of onderhoud bij de gemeente. De gezagvoerder is verplicht zich ervan te overtuigen, dat de ligplaats van zijn vaartuig veilig is. Het is verboden te meren op een plaats, ten aanzien waarvan burgemeester en wethouders hebben bepaald, dat deze uitsluitend is bestemd tot ligplaats voor nader aangeduide categorieën van vaartuigen, waartoe het meergelegenheid zoekende vaartuig niet behoort. Op vordering van de bevoegde ambtenaar is de gezagvoerder te allen tijde verplicht zijn vaartuig in openbare wateren te doen stilliggen, te meren, te verhalen of in de door deze ambtenaar aangewezen richting te doen verwijderen, danwel de vaart van zijn vaartuig te doen verminderen of te doen vermeerderen.

Rechtspraak bij dit artikel