Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.

Artikel 23.

Handhaving orde; schorsing

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.. Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.. De voorzitter kan de raad voorstellen om een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over dit voorstel wordt terstond besloten en is geen beraadslaging mogelijk. Indien de raad het voorstel aanneemt verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. 4.. Bij herhaling van zijn gedrag kan de raad het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot beeldvormende raadsbijeenkomst, commissievergadering en/of raadsvergadering worden ontzegd. 5.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

Rechtspraak bij dit artikel