In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste
dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
het aanslagbiljet is vermeld.
In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische
betalingsincasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen moeten
worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand
van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden tot 31
december in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen
tenminste vijf en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn
vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in
de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
De reinigingsrechten bedoeld in artikel 14, tweede lid moeten
worden betaald ingeval de kennisgeving:
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
kennisgeving;
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van
de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen
30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden genoemde termijnen.
Hoofdstuk III
Artikel 17
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invoering van afvalstoffen en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2011