Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
maand: een kalendermaand of een gedeelte daarvan;
lichaam: vereniging of ander rechtspersoon, maat- of vennootschap, onderneming van publiekrechtelijke rechtspersoon of doelvermogen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
ondernemer: een natuurlijk persoon die ondernemer is in de zin van de artikelen 3.4. en 3.5. van de Wet inkomstenbelasting 2001;
onroerende zaak: een onroerende zaak, bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken;
vestiging: een onroerende zaak gelegen in het centrum en die wordt gebruikt door een lichaam dan wel door een ondernemer in het kader van diens onderneming;
centrum: aangewezen gebied zoals is weergegeven in bijlage 1 van deze verordening.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de reclamebelasting 2005