Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Indeling in categorieën

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand

1. Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van artikel 9 van de wet niet of niet voldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën met bijbehorende maatregel: 1e categorie: Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering verlaagd met 20% van de bijstand gedurende één maand: a. Het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; b. Het niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; c. Het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 2e categorie: Bij de volgende gedragingen wordt de uitkering verlaagd met 100% van de bijstand gedurende één maand: d. Het niet voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; e. Het niet of niet in voldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding; f. Het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, 1e lid, onderdeel b en artikel 10, 1e lid van de wet, waaronder begrepen sociale activering. g. Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; h. Het door eigen toedoen niet behouden van arbeid. 2. De duur van de maatregel, als omschreven in dit artikel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Wanneer dit het geval is, gaat er geen waarschuwing vooraf aan het opleggen van de maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel