**1..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**2..** Het college kan een voorziening beëindigen:
-indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikel 17 van de wet en artikel 4 van deze verordening niet nakomt;
-indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
-indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
-indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle en duurzame arbeidsinschakeling.
-indien een persoon neveninkomsten heeft, waardoor naar het oordeel van het college de betrokkene in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt.
-Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden het opzeggen van een dienstbetrekking of het beëindigen van de subsidie zoals bedoeld in artikel 20, paragraaf 4, Overgangsbepalingen van deze verordening.
**3..** Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 18 van deze verordening nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:-de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
-de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
-de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of – vaststelling;
-de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies;
-de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
-overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Moerdijk