**1..** Onder de verzamelnaam ‘scheepvaartrechten’ worden rechten geheven ter zake van:
**a..** het gebruik met een vaartuig overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen van voor de openbare dienst bestemd werken of inrichtingen die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente;
**b..** het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.
**2..** De in het eerste lid bedoelde rechten worden gepreciseerd in:
**a..** havengeld: een recht geheven ter zake van het gebruik of genot van de gemeentelijke havens met vaartuigen. Het havengeld wordt geïnd ten behoeve van één gemeentelijke haven waarin een vaartuig zijn vaste ligplaats heeft of een passantenplaats;
**b..** kadegeld: een recht ter zake het geheel of gedeeltelijk lossen, laden of overladen van vaartuigen;
**c..** liggeld: een recht ter zake het doen verblijven op de kaden van goederen, (bouw)materialen, meststoffen of voorwerpen;
**d..** zategeld: een recht terzake van het gebruik van een zate of een scheepsherstellingszate;
**e..** overscheepgeld: een recht ter zake van het gebruik van de haven voor het overschepen van, van elders ingevoerde, goederen zonder daarbij gebruik te maken van de vaste werken, tot de haven behorend;
**f..** milieurecht: een recht terzake van het gebruik van een zate, met daaraan verbonden de mogelijkheid klein chemisch afval te leveren in de havenontvangstinstallatie;
**g..** verwijderingsrecht afval: een recht terzake het gebruik van gemeentelijke afvalcontainers teneinde huishoudelijk afval in te deponeren;
**h..** reserveringsrecht: een recht ter zake het reserveren van een ligplaats in een gemeentelijke haven langer dan 50 meter ten behoeve van een passagiersschip;
Hoofdstuk
Artikel 2
Belastbaar feit
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten Schouwen-Duiveland 2011