Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

De aanwijzing

Onderdeel van Erfgoedverordening 2011 Stichtse Vecht

1.. Het college kan een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Monumentencommissie. 3.. Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 4.. De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988. 5.. De Monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college. 6.. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de Monumentencommissie maar in elk geval binnen twintig weken na de adviesaanvraag. 7.. Het college van burgemeester en wethouders registreert het beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezicht op de lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten. 8.. De lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden.

Rechtspraak bij dit artikel