Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening op de speelautomatenhallen gemeente Roosendaal

In deze verordening wordt verstaan onder: de wet : de Wet op de kansspelen; Speelautomatenbesluit : Koninklijk Besluit van 24 november 1986, Stb. 589; speelautomaat : een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies; daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen; behendigheidsautomaat : een speelautomaat waarvan het spelresultaatuitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of recht op gratis spellen, en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht afhangt of in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; kansspelautomaat : een speelautomaat die geenbehendigheidsautomaat is; speelautomatenhal : een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c van de wet; ondernemer : de natuurlijke of rechtspersoon die eenspeelautomatenhal exploiteert; beheerder : degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in een speelautomatenhal is belast; openbare weg : alle voor het openbare rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en de zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel