Naar hoofdinhoud

Artikel 14.1.2

Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging

Onderdeel van Leidraad invordering gemeente Weststellingwerf en het Incassoreglement

De tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich dat de formeel voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te nemen.In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als hij vermoedt dat de invorderingsambtenaar de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest.Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels heeft plaatsgevonden of hetzij een verzoek om uitstel van betaling of kwijtschelding, hetzij een verzoekschrift als genoemd in artikel 25.1.15 of 26.1.11 van deze leidraad en de beslagopdracht elkaar hebben gekruist.Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld overgegaan tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan wel dat met de afdoening - gelet op de omstandigheden - naar het oordeel van de invorderingsambtenaar akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen in het in deze leidraad geformuleerde beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel