Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Beperkingen en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2011

Het college weigert een voorziening genoemd in artikel 4.1 lid 2 indien: a. de aanvrager zijn hoofdverblijf niet heeft of zal hebben in de woonruimte waarvoor de voorziening aangevraagd is; b. de voorziening aangevraagd is op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; c. de beperking of het probleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; d. de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw; e. er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de beperking of het probleem en één of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de aanvrager te bewoonde woning; f. de beperking of het probleem niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning wordt begrepen) wordt ondervonden; g. de noodzaak tot het treffen van deze voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen belangrijke reden aanwezig was; h. de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing dan wel de acceptatie van de nieuwe woning heeft plaatsgevonden voordat het college een besluit heeft genomen naar aanleiding van de aanvraag, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor die verhuizing of die acceptatie; i. de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing; j. de aanvraag een voorziening betreft genoemd in artikel 4.1 lid 2 onder b en de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen. k. de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager verhuist naar een woning die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; l. de aanvraag verband houdt met een verhuizing naar een Awbz-instelling; m. de aanvraag betrekking heeft op een voorziening in een Awbz-instelling, hotels/pensions, trekkerswoonwagens, vakantiewoningen en tweede woning. n. de te treffen voorziening bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. o. De aanvraag betrekking heeft op een voorziening die als algemeen gebruikelijk wordt gezien. p. De aanvraag een voorziening betreft genoemd in art. 4.1 lid 2 onder c;d en h en de kosten voor aanschaf niet hoger zijn dan € 500,--

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel