Lid 1. Het college kan voor de duur van maximaal zes maanden een voorziening, genoemd in artikel 4.1 lid 2 onder g, verlenen indien: a. een aanvrager in verband met aanpassing van zijn huidige of een nog te betrekken woning heeft voorzien in noodzakelijke tijdelijke huisvesting; en b. voor zover de kosten voor deze huisvesting noodzakelijk zijn. Lid 2. De voorziening genoemd in artikel 4.1 lid 2 onder g kan het bedrag per maand genoemd in artikel 13 lid 1 onder a van de Wet op de huurtoeslag niet te boven gaan.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Voorziening voor tijdelijke huisvesting
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2011