Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Vormen van vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen gemeente Losser 2011

4.3.1 Een algemene vervoersvoorziening. Een algemene vervoersvoorziening is een voorziening waarvan de aanvrager op een simpele wijze gebruik kan maken. 4.3.2 Het Collectief vraagafhankelijke vervoersysteem(regiotaxi). De gemeente kent het primaat van collectief vervoer. Het inkomen moet gelijk aan of lager dan 1,25 x het norminkomen zijn. Daarna zal gekeken moeten worden of de aanvrager gebruik kan maken van de regiotaxi. Als een aanvrager niet van een dergelijk systeem gebruik kan maken of als het systeem onvoldoende tegemoet komt aan de vervoersbehoeften, zijn andere voorzieningen mogelijk. Het is niet mogelijk om in plaats van de regiotaxi een persoonsgebonden budget (vervoerskostenvergoeding) te ontvangen. De regiotaxi kan beschouwd worden als een soort algemene voorziening. Vanaf 1 juli 2006 wordt het Collectief vraagafhankelijke vervoer verzorgd door De Regiotaxi. De systeemkenmerken zijn te vinden in het bestek en het contract. Globaal kan het systeem als volgt worden omschreven: - er wordt gereisd met een z.g. regiotaxipas. Deze pas is niet gratis. De kosten worden aangegeven in het Besluit maatschappelijke Ondersteuning. - het vervoersgebied omvat 5 zones vanaf het woonadres van de aanvrager. Voor de inwoners van de gemeente Losser zijn er twee specifieke puntbestemmingen genoemd, nl. Halte Karstad (winkelcentrum) en het station in Gronau. - per zone wordt het bedrag van één zone in rekening gebracht (+ een instapzone) tegen normaal tarief (per 1-1-2011 = € 0,75 per zone). - met een daartoe geïndiceerde aanvrager reist de medische begeleider gratis mee. - iedere aanvrager kan zich laten vergezellen door een sociaal begeleider die voor het vervoer dezelfde prijs betaalt als de aanvrager. Een aanvrager kan, bij toekenning van een pas, normaal jaarlijks binnen het vervoersgebied 700 zones reizen; - de toekenning gaat in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag heeft plaatsgevonden en wordt beëindigd op de dag waarop het recht daadwerkelijk eindigt; - ritten kunnen aangevraagd worden via een gratis telefoonnummer; - ritten worden uitgevoerd met een marge van 15 minuten vóór en na de afgesproken tijd. - er kunnen ook prioriteitsritten worden gereden met een vaste aankomsttijd met een marge van 15 minuten vóór de aankomsttijd; - rolstoelen en scootmobiels kunnen gratis mee vervoerd worden; Een scootmobiel gebruiker mag echter niet op de scootmobiel blijven zitten. - de taxichauffeur begeleidt de aanvrager van deur tot deur. 4.3.3. Een vervoersvoorziening in natura of als persoonsgebonden budget. Als het collectief vervoersysteem of een algemene vervoersvoorziening niet adequaat is dan wel onvoldoende de beperkingen compenseert kan een voorziening in natura of als persoonsgebonden budget worden verstrekt. Algemene voorwaarden voor een voorziening zijn: - de voorziening is in overwegende mate op het individu gericht; - de voorziening is langdurig noodzakelijk om de ergonomische beperkingen van de aanvrager op het gebied van het zich buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen; - er bestaat geen aanspraak op de voorziening op grond van enig andere wettelijke regeling of privaatrechtelijke overeenkomst; - de voorziening is, naar objectieve maatstaven gemeten, de goedkoopst adequate oplossing; - de voorziening is voor een persoon als gehandicapte niet algemeen gebruikelijk - de aanvrager verstrekt die gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling - van de aanvraag en onderwerpt zich aan een onderzoek (als hierom gevraagd wordt); - de voorziening moet medisch geïndiceerd zijn; - de aanvrager heeft zijn hoofdverblijf in Losser; - de voorziening is gericht op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; - voor alle vervoersvoorzieningen, zowel in natura, persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming is de eigen bijdrage/eigen aandeelregeling van toepassing tenzij bij de voorziening zelf anders is vermeld. 4.3.4. Een vergoeding voor vervoer per eigen auto of taxi. Indien deelname aan het Collectief vraagafhankelijk vervoer niet mogelijk is kan een aanvrager een financiële tegemoetkoming voor gebruik van eigen auto, taxi of vervoer door derden worden toegekend. In de praktijk zal dit nog maar in weinig situaties voorkomen omdat in praktisch alle situaties de regiotaxi, eventueel in combinatie met bijvoorbeeld een ander verplaatsingsmiddel,in de vervoersbehoefte kan voorzien. Aanvullende voorwaarden: - Het inkomen is gelijk aan of lager dan 1,25 x het norminkomen. - De hoogte van de financiële tegemoetkoming is opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. De ingangsdatum van de tegemoetkoming wordt vastgesteld op de dag waarop de aanvraag is ingediend. De beëindigingdatum is de datum waarop het recht op de voorziening daadwerkelijk eindigt. - Als wijziging van het inkomen of het vervoerspatroon leidt tot wijziging van de voorziening wordt de wijziging doorgevoerd met ingang van de datum waarop de wijziging heeft plaatsgevonden. - Een verlaging of beëindiging met terugwerkende kracht kan leiden tot een terugvordering. - Aan een echtpaar, waarvan de beide partners geïndiceerd zijn voor de regiotaxi wordt - voor zover de behoeften van de echtgenoten niet samenvallen - maximaal anderhalf maal een enkele vergoeding ter beschikking gesteld. - Als er sprake is van partners met vergoedingen voor verschillende vervoerssoorten bedraagt de totale vergoeding maximaal 2 x 50% van de enkele vergoeding. 4.3.5. Vervoer per rolstoeltaxi. In zeer uitzonderlijke situaties kan een aanvrager aangewezen zijn op individueel vervoer per rolstoeltaxi. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan situaties dat de aanvrager liggend wordt vervoerd. In een dergelijke situatie zal altijd individueel bepaald moeten worden wat de vervoersbehoefte van de aanvrager is en wat de vergoeding moet zijn om ruim 2000 km per jaar te kunnen reizen. Voor het vervoer per rolstoeltaxi geldt geen inkomensgrens. 4.3.6. Een aanpassing van een eigen auto. Aanpassingen aan de eigen auto zijn voorzieningen die uitsluitend voor gehandicapten worden gemaakt en alleen door hen gebruikt kunnen worden, zoals de bediening en de besturing, het in en uit de auto komen en de zithouding. In bijzondere omstandigheden kan de aanvrager in aanmerking komen voor andere faciliteiten waarover auto’s kunnen beschikken. Ook kan er sprake zijn van meerkosten bij de aanschaf en aanpassing van een auto in een bijzondere uitvoering (b.v. bus waarin een rolstoel gereden kan worden). Voor een aanvrager die een inkomen heeft boven de 1,25 x het norminkomen, wordt een auto als algemeen gebruikelijk beschouwd. Indien de aanvrager op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van een (rolstoel)taxi is een autoaanpassing of een tegemoetkoming in de meerkosten van de aanschaf van een auto in een bijzondere uitvoering mogelijk. Er kan dan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt voor de aanpassingskosten of de aanschafkosten die boven die van een referentieauto (d.w.z. een auto die men normaal zou kopen) uitgaan. Er wordt dus geen autoaanpassing verstrekt als vervoer per taxi of regiotaxi mogelijk is ook al komt de aanvrager, gelet op zijn inkomen, niet voor een dergelijke voorziening in aanmerking. Net als niet-autobezitters met een inkomen boven de inkomensgrens wordt de aanvrager verondersteld voldoende financiële middelen te bezitten om in zijn eigen vervoer te voorzien. Op bovengenoemde beleidsregel worden twee uitzonderingen aangebracht: 1. Een aanvrager met een inkomen beneden de inkomensgrens kan in aanmerking komen voor een autoaanpassing ondanks dat hij in aanmerking komt voor de regiotaxi. Er kunnen zich situaties voordoen waarin een aanvrager, met een inkomen beneden de inkomensgrens, meer baat heeft bij een (goedkope) aanpassing aan de eigen auto dan met toekenning van deelname aan de regiotaxi. Indien de aanpassing van de eigen auto een goedkopere adequate oplossing is, kan hiervoor gekozen worden. De aanvrager komt dan echter niet in aanmerking voor een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto of gebruik van de regiotaxi. De grens voor de kosten van de autoaanpassing ligt op € 2000. Vastgesteld moet worden dat de auto nog in redelijke staat verkeert en dat verondersteld mag worden dat de aanvrager/gebruiker nog een aantal jaren met de auto kan rijden. 2. Indien er sprake is van gehandicapte kinderen of ouders met kinderen tot 13 jaar, waarbij het gebruikelijk is dat er meerdere personen meereizen omdat ze nog in gezinsverband wonen. Ook dan kan overwogen worden een autoaanpassing toe te kennen bij een inkomen onder de inkomensgrens ondanks het feit dat de aanvrager zelf gebruik zou kunnen maken van een rolstoeltaxi met eventueel (medische) begeleiding. Bij een autoaanpassing wordt de goedkoopst adequate aanpassing verstrekt. Indien op grond van de Wmo een autoaanpassing is geïndiceerd en betrokkene schaft zich met deze wetenschap een auto aan die niet op de goedkoopst adequate wijze kan worden aangepast, zal de vergoeding niet meer bedragen dan het bedrag dat nodig zou zijn voor de aanpassing van de goedkoopst adequate referentieauto. Indien de aanvrager al over een beduidend duurdere auto beschikt en de aanpassingskosten boven normaal zijn, kan de tegemoetkoming worden afgestemd op de aanpassingskosten die voor een normale auto gebruikelijk zijn. Indien voor de aanvrager een auto in speciale uitvoering noodzakelijk is wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate oplossing onder aftrek van de kosten van een referentieauto. Algemeen gebruikelijk. Automatische transmissie, stuurbekrachtiging, neerklapbare achterbank, warmtewerend glas en elektrisch bedienbare ramen worden in ieder geval als algemeen gebruikelijk beschouwd. Of andere faciliteiten als algemeen gebruikelijk kunnen worden beschouwd is afhankelijk van de maatschappelijke ontwikkelingen. Indien een voorziening wordt aangeboden in normale modellen van middenklas auto’s kunnen ze als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Aanvullende voorwaarden om in aanmerking te komen voor de voorziening: - Een aanpassing aan de auto wordt, tijdens de afschrijfperiode, alleen opnieuw vergoed als het geheel of gedeeltelijk verloren gaan van de aanpassingen het gevolg is van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, Er sprake is van duidelijke meerkosten; - De auto nog in redelijke staat verkeert en in principe niet ouder is dan drie jaar; - De auto toereikend verzekerd is. Verzekering en onderhoud. Een vergoeding voor verzekering en onderhoud wordt verstrekt voor zover de kosten betrekking hebben op de aanpassing dan wel de meerkosten voor aanschaf van een auto in speciale uitvoering. Financiële tegemoetkoming. Voor autoaanpassingen (uitgezonderd de aanpassing in plaats van het CVV) wordt een eigen aandeel in de kosten gevraagd. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten kunnen: - gelijk zijn aan de werkelijke kosten van de voorzieningen; - de meerkosten van de voorziening zijn.   4.3.7. Een al dan niet aangepaste (bruikleen) auto. Voor een aangepast (bruikleen) auto komt iemand in aanmerking die, na een medische beoordeling, voor zijn verplaatsing beslist op een auto is aangewezen en waarvoor geen andere goedkoopst adequate oplossing getroffen kan worden. Aanvullende voorwaarden voor deze voorziening zijn: - Het inkomen is gelijk aan of lager dan 1,25 x het norminkomen. - Als de gevraagde (bruikleen) auto reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed en de normale afschrijvingsduur (in principe 7 jaar) is nog niet verstreken, dan wordt de bruikleenauto alleen opnieuw vergoed als het geheel of gedeeltelijk verloren gaan van de bruikleenauto het gevolg is van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. - De aanvrager(of evt. huisgenoot) moet in bezit zijn van een rijbewijs dan wel in staat zijn dit te kunnen behalen. - Alle vervoersbehoeften (zowel op korte en lange afstand) voor de aanvrager worden met deze voorziening ingevuld. - Bij onderhoud, reparatie en de normale afschrijftermijn moet rekening worden gehouden met de compensatieplicht, d.w.z. de aanvrager wordt geacht een beperkt (redelijk) aantal kilometers per jaar te rijden. - De vergoeding voor het gebruik van een bruikleenauto is een gemaximeerde vergoeding per jaar, waarbij het totale aantal af te leggen kilometers per jaar is gelimiteerd. Reparatie, onderhoud, verzekering en belasting. Onderhoud- en reparatiekosten worden geheel vergoed, tenzij sprake is van opzet, grove schuld of ernstige nalatigheid. De verzekering en de motorrijtuigenbelasting vallen onder de bruikleenverstrekking. 4.3.8. Een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen. Voor een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen kan iemand in aanmerking worden gebracht indien een open buitenwagen (scootmobiel of elektrische rolstoel), gelet op de medische beperkingen van de gehandicapte, niet adequaat is. Over het algemeen gaat het dan om een aandoening aan de bronchiën of een ernstige gevoelsstoornis waardoor men zich niet, onder normale weersomstandigheden, in de buitenlucht kan verplaatsen. Gesloten vervoer voor de korte afstand is niet geïndiceerd alleen op grond van mogelijk slechte weersomstandigheden, vervoer naar andere dorpen of het beter kunnen vervoeren van spullen of personen. Aanvullende voorwaarden: - Als de gevraagde gesloten buitenwagen al eerder op grond van deze verordening is vergoed en de normale afschrijvingsduur (in principe 5 jaar) is nog niet verstreken, dan wordt de gesloten buitenwagen alleen opnieuw vergoed als het geheel of gedeeltelijk verloren gaan van de bruikleenauto het gevolg is van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. - De vervoersbehoefte is op korte afstand, in de directe omgeving van de eigen woning. Financiële regeling. Verstrekking in natura of een persoonsgebonden budget, waarbij de eigen bijdrageregeling van toepassing is. Andere uitvoering. Als men een andere uitvoering van een gesloten buitenwagen wil dan de goedkoopst adequate is dat mogelijk indien de meerkosten voor de gesloten buitenwagen vooraf aan de gemeente worden betaald. Reparatie, onderhoud en verzekering. Onderhoud- en reparatiekosten worden geheel vergoed, tenzij sprake is van opzet, grove schuld of ernstige nalatigheid. De kosten van verzekering vallen onder de bruikleenverstrekking. 4.3.9. Een open elektrische buitenwagen(scootmobiel). Onder een open elektrische buitenwagen worden scootmobiels verstaan en die zijn bedoeld voor de vervoersbehoefte op korte afstand in de directe leefomgeving van de woning. De voorziening wordt verstrekt als er een substantiële vervoersbehoefte is in de directe woonomgeving zoals het doen van boodschappen en familiebezoek en de loopafstand van betrokkene minder bedraagt dan 200 meter. Voorts moet duidelijk zijn dat de aanvrager zich niet met een hulpmiddel zoals een rollator of stok kan verplaatsen dan wel gebruik kan maken van een algemeen gebruikelijk vervoermiddel (fiets, elektrische fiets, scooter, etc.). Scootmobiels kunnen verstrekt worden met verschillende snelheden en met verschillend veercomfort. Bij de selectie van de voorziening gelden de volgende uitgangspunten: Algemeen. - de goedkoopst adequate voorziening wordt verstrekt; - er worden enkel driewielscooters verstrekt. - beter geveerde scootmobiels worden alleen geselecteerd indien de aanvrager aantoonbare klachten heeft die dat noodzakelijk maken; - zwaardere accu’s worden alleen verstrekt indien de aanvrager deze zelf betaalt; - de voorziening is afhankelijk van leeftijd, vervoersbehoefte en woonomstandigheden; Ten aanzien van de categorieën scootmobiels kunnen de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: - een scootmobiel tot 8 km wordt verstrekt indien het een persoon betreft die de scootmobiel niet direct nodig heeft voor het leven van alledag bv. omdat hij in of nabij een verzorgingstehuis of andere instelling woont waar activiteiten en maaltijden worden aangeboden. De scootmobiel wordt gebruikt voor het incidenteel doen van boodschappen of het onderhouden van contacten buiten het tehuis of als loophulpmiddel; - een scootmobiel tot 12 km wordt verstrekt indien het een persoon betreft die aangewezen is op de voorziening voor het doen van zijn dagelijkse boodschappen, het onderhouden van sociale contacten en het deelnemen aan activiteiten; - een scootmobiel tot 15 km worden verstrekt indien het een persoon betreft die aangewezen is op de voorziening voor het doen van zijn dagelijkse boodschappen, het onderhouden van sociale contacten en het deelnemen van activiteiten maar die zich vaak verplaatst met een fietsende partner of die de scootmobiel al op jongere leeftijd nodig heeft. - In alle situaties geldt dat vast moet staan dat de aanvrager voldoende verkeersinzicht heeft en in staat is om de scootmobiel op een adequate wijze te bedienen. Dit dient bij de selectie te worden getoetst. Bij twijfel dienen vooraf (enkele) rijvaardigheidsproeven te worden gedaan alvorens de scootmobiel wordt verstrekt. Financiële regeling. Verstrekking in natura of persoonsgebonden budget. Eigen bijdrage regeling is van toepassing. Benzinekosten of oplaadkosten voor het gebruik van een verplaatsingsmiddel komen niet voor vergoeding in aanmerking. Andere uitvoering. Indien men een andere uitvoering van een elektrische buitenwagen wil dan de goedkoopst adequate is dat mogelijk indien de meerkosten vooraf aan de gemeente worden betaald. Rolstoeljassen, voetenzakken, schootkleden, windschermen, e.d. worden niet verstrekt. Ook cruise control wordt niet verstrekt. Stokhouders, rollatorhouders, zuurstoffleshouders, spiegels, e.d. worden wel verstrekt. Verzekering, onderhoud en reparaties. De verzekering, het onderhoud en de reparaties aan deze voorziening zijn bij de bruikleenverstrekking inbegrepen. Als een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, zit in het persoonsgebonden budget een bedrag voor verzekering, onderhoud en reparatie. 4.3.10. Een ander verplaatsingsmiddel. Naast de beschreven vervoersvoorzieningen zijn er andere verplaatsingsmiddelen die op grond van het gemeentelijke beleid in natura of als persoonsgebonden budget kunnen worden verstrekt. Te denken valt hierbij aan driewielfietsen, rolstoelfietsen, tandems, loopfietsen, handbikes (fietsdeel gekoppeld aan een rolstoel), aanpassingen aan (elektrische) fietsen, maar ook (fiets) zitjes voor kinderen in speciale uitvoering. Een ander verplaatsingsmiddel kan onder zeer verschillende omstandigheden worden aangevraagd. Bij de toekenning van een aanvraag spelen de volgende aspecten een rol: - Het is de goedkoopst adequate oplossing om een wezenlijk deel van de bestemmingen in het kader van het leven van alledag te kunnen bereiken; - Het is een adequate oplossing voor het vervoer van kinderen en/of een mogelijkheid de zelfstandigheid van kinderen te vergroten; - De voorziening is niet langdurig noodzakelijk. Hierbij moet gedacht worden aan kinderen die een aangepaste fiets nodig hebben waar ze na enkele jaren weer zijn uitgegroeid, dan wel de voorziening zal zeer langdurig gebruikt worden. Dan kan namelijk overwogen worden een financiële tegemoetkoming voor de aanschaf te verstrekken. Andere uitvoering. Indien men een andere uitvoering van een ander verplaatsingsmiddel wil dan het goedkoopst adequate is dat mogelijk indien de meerkosten vooraf aan de gemeente worden betaald. Bij verplaatsingsmiddelen moet voorts worden afgewogen of ze algemeen gebruikelijk zijn. Een Spartamet, elektrische fiets, scooter, fiets met trapondersteuning, ligfietsen, een koppelstuk (aanhangfiets) e.d. voor kinderen zijn vervoermiddelen die normaal in de fietsenhandel te koop zijn en ook door niet gehandicapten worden gebruikt. In dergelijke situaties kan alleen voor een aanpassing aan het middel, een voorziening worden verstrekt. Er zijn situaties denkbaar dat een verplaatsingsmiddel weliswaar algemeen gebruikelijk is maar niet voor een persoon als aanvrager, gelet op zijn financiële middelen. Hierbij moet dan gedacht worden aan duurdere fietsen voor personen met een inkomen op bijstandsniveau. In dergelijke situaties kan overwogen worden het verplaatsingsmiddel toch op grond van de Wmo te verstrekken. Financiële regeling. Verstrekking in natura of persoonsgebonden budget. Eigen bijdrage regeling is van toepassing. Benzinekosten of oplaadkosten voor het gebruik van een verplaatsingsmiddel komen niet voor vergoeding in aanmerking. Verzekering, onderhoud en reparaties. De verzekering, het onderhoud en de reparaties aan deze voorziening zijn bij de bruikleenverstrekking inbegrepen. Als een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, zit in het persoonsgebonden budget een bedrag voor verzekering, onderhoud en reparatie.

Rechtspraak bij dit artikel