Lid 1. Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen en rolstoelen wordt vastgesteld in overeenstemming met de bruikleenvergoeding die de gemeente aan haar leverancier verschuldigd zou zijn voor de goedkoopst adequate voorziening inclusief standaardaanpassingen. Voor individuele aanpassingen aan de vervoersvoorziening of rolstoel wordt een eenmalig pgb verstrekt. Lid 2. Het persoonsgebonden budget voor roerende woonvoorzieningen wordt vastgesteld voor een periode overeenkomend met de normale afschrijvingstermijn die, voor zover van toepassing, geldt voor de met het pgb te verwerven voorziening.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Vervoersvoorziening, rolstoelen en roerende woonvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning