**1..** Wanneer de marktmeester constateert dat een standwerker niet heeft “gewerkt / gedemonstreerd”
overeenkomstig de werkwijze als geschetst in artikel 1, sub g van de Marktverordening 2006, wordt de
standwerker op de hoogte gesteld van een aantekening in het logboek van de marktmeester. Daarnaast
reikt de marktmeester een schriftelijke waarschuwing uit.
**2..** In de schriftelijke waarschuwing als bedoeld in het eerste lid wordt de betreffende standwerker de
gelegenheid geboden om zijn zienswijze naar voren te brengen en te kennen gegeven dat bij een
volgende constatering van niet “werken / demonstreren” een ontzegging van deelname aan de loting
voor een standwerkerplaats zal worden aangezegd. Een zienswijze kan naar keuze van de standwerker
mondeling of schriftelijk naar voren worden gebracht.
**3..** Voor zover de standwerker onmiddellijk na ontvangst van de schriftelijke waarschuwing zijn zienswijze
mondeling naar voren brengt, wordt daarvan door de marktmeester aantekening gemaakt.
**4..** Een standwerker die zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengt, moet dat uiterlijk de dinsdag van de
week volgend op die van de beoordeling doen. Een schriftelijke zienswijze moet worden ingediend bij
het college.
**5..** Wanneer na de eerstvolgende in loting de betrokken standwerker andermaal niet “werkt / demonstreert”
overeenkomstig de voorgeschreven werkwijze, wordt ontzegging van deelname aan de loting voor
standwerkerplaatsen aangezegd voor een nader te bepalen aantal marktdagen. De ontzegging wordt
schriftelijk bevestigd in een beschikking van het college.
Hoofdstuk
Artikel 12
Toezicht op standwerkers
Onderdeel van Nadere regels, beleidsregels en uitvoeringsbesluit warenmarkten Helmond 2011