Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

Toezicht op standwerkers

Onderdeel van Nadere regels, beleidsregels en uitvoeringsbesluit warenmarkten Helmond 2011

1.. Wanneer de marktmeester constateert dat een standwerker niet heeft “gewerkt / gedemonstreerd” overeenkomstig de werkwijze als geschetst in artikel 1, sub g van de Marktverordening 2006, wordt de standwerker op de hoogte gesteld van een aantekening in het logboek van de marktmeester. Daarnaast reikt de marktmeester een schriftelijke waarschuwing uit. 2.. In de schriftelijke waarschuwing als bedoeld in het eerste lid wordt de betreffende standwerker de gelegenheid geboden om zijn zienswijze naar voren te brengen en te kennen gegeven dat bij een volgende constatering van niet “werken / demonstreren” een ontzegging van deelname aan de loting voor een standwerkerplaats zal worden aangezegd. Een zienswijze kan naar keuze van de standwerker mondeling of schriftelijk naar voren worden gebracht. 3.. Voor zover de standwerker onmiddellijk na ontvangst van de schriftelijke waarschuwing zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, wordt daarvan door de marktmeester aantekening gemaakt. 4.. Een standwerker die zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengt, moet dat uiterlijk de dinsdag van de week volgend op die van de beoordeling doen. Een schriftelijke zienswijze moet worden ingediend bij het college. 5.. Wanneer na de eerstvolgende in loting de betrokken standwerker andermaal niet “werkt / demonstreert” overeenkomstig de voorgeschreven werkwijze, wordt ontzegging van deelname aan de loting voor standwerkerplaatsen aangezegd voor een nader te bepalen aantal marktdagen. De ontzegging wordt schriftelijk bevestigd in een beschikking van het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel