Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WIJ Asten 2010 (1e wijziging)

De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 7 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. Voor de jongere die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de verordening een toeslag ontvangt als bedoeld in het tweede lid, bedraagt deze toeslag 10 procent van de gehuwdennorm tot het tijdstip waarop het recht op een inkomensvoorziening beëindigd wordt maar uiterlijk tot 1 september 2011.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel