De verlaging bedoeld in artikel 29 van de wet wordt zodanig vorm gegeven dat de
van toepassing zijnde bijstandsnorm vermeerderd met een toeslag als bedoeld in
artikel 3 voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar, in afwijking van het gestelde in artikel 3, maximaal gelijk is aan 75% van het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon als bedoeld in artikel 8 derde lid van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag verminderd met de daarover verschuldigde loonheffing en de daarover verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB Asten 2010 (3e wijziging)