Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Toeslagen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB Asten 2010 (3e wijziging)

1.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 7 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft. 3.. Voor de toepassing van dit artikel worden thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 4.. Voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de tweede wijziging van de verordening een toeslag ontvangt als bedoeld in het tweede lid, bedraagt deze toeslag 10 procent van de gehuwdennorm tot het tijdstip waarop het recht op algemene bijstand beëindigd wordt maar uiterlijk tot 1 september 2011.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel