1. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door ter zake bekwame en erkende bedrijven.2. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig het vastgestelde restauratie of instandhoudingsplan.3. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de gemeentelijke subsidie moet de eigenaar het binnen 13 weken na ontvangst het besluit van de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten (Racm) inzake de vaststelling van de daadwerkelijk gemaakte subsidiabele kosten, een kopie van dit besluit indienen bij burgemeester en wethouders.4. Nadat subsidie is toegekend, kan aan de eigenaar op basis van ingediende bewijsstukken met betrekking tot de uitgevoerde subsidiabele werkzaamheden, voorschotten worden verstrekt. De voorschotten van instandhoudingssubsidie bedragen per jaar maximaal een zesde gedeelte van het totaal verleende subsidiebedrag; De voorschotten worden uitgekeerd voorzover de bewijsstukken werkzaamheden betreffen die in overeenstemming zijn met de eerder ingediende aanvraag.5. De eigenaar bericht zo spoedig mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de beslissing inzake de subsidie, onder overlegging van de relevante stukken.6. De eigenaar is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het beschermd monument te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht.7. Indien het beschermde monument hierna wordt vervreemd is de eigenaar gehouden om de instandhoudingsverplichting aan zijn rechtsopvolger als kettingbeding op te leggen.8. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van één of meer bovenstaande voorwaarden, mits daartoe een schriftelijk verzoek is ingediend.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Aan subsidieverlening van niet rendabele rijksmonumenten verbonden voorschriften
Onderdeel van Subsidieverordening cultuurhistorisch erfgoed Vaals 2007