De bespaarde rente wordt berekend over alle reserves en voorzieningen tegen het omslagrentepercentage en komt in eerste instantie ten gunste van de exploitatie van de betreffende dienst. Daarnaast wordt er ook bespaarde rente berekend over de concernbreed vooruit ontvangen bedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel. Deze bespaarde rente komt in eerste instantie centraal ten gunste van de exploitatie.
Het bijschrijven van de rente aan reserves beperkt zich tot de inflatie; het rentesurplus (= het verschil tussen omslagrente en de inflatie) komt ten gunste van de algemene reserve.
De rente van voorzieningen komt volledig ten gunste van de exploitatie.
De rente over vooruit ontvangen bedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel komt volledig ten gunste van de algemene reserve.
De uitzonderingen op bovenstaande algemene regels zijn:
De bespaarde rente over de reserves ‘Revolving fund monumenten’ (RES045) en ‘Reserve afschrijving’ (RES031) komt volledig ten gunste van de exploitatie.
Over de ‘Reserve budgetoverheveling’(RES005)en de ‘Reserve saldo rekening baten en lasten’ (RES099) wordt geen rente berekend.
Rentebijschrijving van reserves waarvan het rentesurplus niet ten gunste van de algemene reserve komt maar ten gunste van de reserves zelf, zijnde:
Algemene Reserve (RES001),
Bovenwijkse voorzieningen (RES014),
Grondexploitatie (RES015),
Parkeren (RES016),
Stadsvernieuwing (RES020),
Gemeentelijke samenwerking (RES051),
Bijdrage subsidie Filmhuis (RES052) (4,5% vast).
Artikel 7
Bespaarde rente
Onderdeel van Richtlijnen voor de renteberekening en inflatie Leeuwarden 2012