Naar hoofdinhoud
1. Een raadslid doet opgave van zijn financiële belangen. Het bezit van effecten behoeft niet te worden opgegeven, tenzij deze een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen (5% of meer). 2. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het raadslid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 3. Een gewezen raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente Eemnes of voor de BEL Combinatie, behalve in het geval betrokkene een andere politiek/bestuurlijke functie voor de gemeente of de BEL Combinatie gaat vervullen. 4. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. 5. Een raadslid die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 6. Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. 7. Een raadslid vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van zijn raadslidmaatschap. 8. Een raadslid geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en q.q-nevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden verricht en of de functies bezoldigd zijn. 9. Een raadslid behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten worden gestort in de kas van gemeente. In overleg met de raad kan een gemeentelijke of maatschappelijke bestemming aan dit geld worden gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel