Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2011

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede drie maanden later. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen van € 50,00 en hoger moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen tot € 50,00 moeten worden betaald in vier gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. Voor de toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen toeristenbelasting, onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. 5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op het in de voorgaande leden gestelde.

Rechtspraak bij dit artikel