In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet werk en bijstand;
b. het College: het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk
c. bijstand: de uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet;
d. belanghebbende: persoon die bijstand heeft aangevraagd dan wel ontvangt of heeftontvangen; indien het een gehuwde betreft, wordt onder belanghebbende elk van deechtgenoten verstaan;
e. Hoogwaardige Handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve maatregelen gericht ophet voorkomen of ontmoedigen van misbruik of oneigenlijk gebruik van bijstand;
f. risicoprofielen: het vaststellen van kenmerken van plegers van misbruik of oneigenlijkgebruik van bijstand in objectieve profielen om risico's van misbruik of oneigenlijk gebruikvan bijstand vroegtijdig te herkennen;
g. risicosturing: het gericht inzetten van dienstcapaciteit bij het handhavingsbeleid op basis van risicoprofielen;
2. Voorzover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfdebetekenis als in de wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Handhavingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Moerdijk