1. De zittingsperiode van een lid eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
2. Een lid houdt op lid te zijn indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 3, vierde lid, gestelde eisen of indien de fractie op wiens voordracht hij is benoemd, niet langer vertegenwoordigd is in de raad.
3. Een burgerlid houdt op lid te zijn, indien de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd, dit schriftelijk aan de raad meedeelt.
4. De raad kan een voorzitter en een burgerlid ontslaan.
5. Een burgerlid en een voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat direct in.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Zittingsduur
Onderdeel van Verordening op de raasdcommissie van de gemeente Hillegom 2011