Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien:
a. de activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen;
b. de activiteiten niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
c. de activiteiten niet in een kennelijke behoefte voorzien;
d. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;
e. de aanvrager naar het oordeel van het college ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden – hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
f. de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente.