1. Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. naam en adres van de ouder;
b. indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;
c. naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;
d. overige gegevens die het dagelijks bestuur nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.
2. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het dagelijks bestuur vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
3. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.
4. Om de noodzaak vast te kunnen stellen vraagt het dagelijks bestuur de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Dienst Zuid-Holland Noord om een sociaal-medisch advies.