In deze afdeling wordt verstaan onder:
1. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;
2. paracommerciële horeca: de openbare inrichtingen die van het 1-2-3-systeem zijn uitgezonderd. Onder paracommerciële horeca wordt in ieder geval verstaan: sportkantines, verenigingen, jongerencentra, snackbars, shoarmazaken en restaurants.
3. 1-2-3-systeem: het systeem waarbij gebruik wordt gemaakt van geleide sluitingstijden.
4. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.8
Artikel 2.27
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening