Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.6

Artikel 5.24

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien degene die voornemens is dit te doen daarvan niet minimaal vier weken van tevoren melding heeft gedaan aan het college. 2. Het college verbiedt het beoogde gebruik als: a. het voorwerp door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; dan wel b. het voorwerp een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 3. Het beoogde gebruik kan plaatsvinden indien het college niet binnen twee weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het gebruik wordt verboden. 4. Het college kan aan het beoogde gebruik nadere voorschriften verbinden. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Rechtspraak bij dit artikel