1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie dan wel anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening Zuid-Holland en de Verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.1
Artikel 5.6
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening