Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Uitzonderingen op het mandaat

Onderdeel van Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011

Een bevoegdheid, als bedoeld artikel 2, eerste lid, wordt niet uitgeoefend: Indien bestuurlijk is aangegeven dat een wijziging, aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid gewenst is; Indien inwilliging van een verzoek zou leiden tot strijdigheid met het vigerende gemeentelijk beleid, met richtlijnen of met voorschriften daaromtrent; Indien redelijkerwijs aangenomen mag worden dat de afdoening (grote) politieke consequenties met zich mee zal brengen, dan wel precedentwerking zal oproepen (zie de bijlage Handreiking politieke gevoeligheid); Indien de afdoening van een zaak niet als een routineaangelegenheid kan worden gekwalificeerd; Indien bij besluiten waar sprake is van beleidsvrijheid reeds in de voorbereidingsfase aannemelijk is dat tegen de te nemen beslissing bezwaar zal worden gemaakt dan wel beroep ingesteld; Indien in de voorbereidingsfase de standpunten van de portefeuillehouder, adviseurs en de mandataris met betrekking tot de te nemen beslissing uiteenlopen; Indien de mandaatgever de gemandateerde de wens daartoe te kennen geeft; Ten aanzien van de vaststelling en verzending van stukken aan een raadscommissie en/of de gemeenteraad; Ten aanzien van uitingen, gericht aan andere overheidsorganen, tenzij in overeenstemming met bij het betrokken orgaan bekend beleid of met geheel bij de wettelijke regeling of de jurisprudentie bepaald beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel