1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten:
a de in artikel 8, eerste lid, bedoelde aanslagen worden betaald
uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
b de in artikel 8, tweede lid, bedoelde kennisgevingen worden betaald
binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke
kennisgeving.
In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische
betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten
worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand
van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden tot 31
december in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd
overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen
tenminste vijf en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn
vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in
de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk
Artikel 11
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een precariobelasting Schouwen-Duiveland 2011