Een bevoegdheid, als bedoeld artikel 2, eerste lid, wordt niet uitgeoefend:
Indien bestuurlijk is aangegeven dat een wijziging, aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid gewenst is;
Indien inwilliging van een verzoek zou leiden tot strijdigheid met het vigerende gemeentelijk beleid, met richtlijnen of met voorschriften daaromtrent;
Indien redelijkerwijs aangenomen mag worden dat de afdoening (grote) politieke consequenties met zich mee zal brengen, dan wel precedentwerking zal oproepen (zie de bijlage Handreiking politieke gevoeligheid);
Indien de afdoening van een zaak niet als een routineaangelegenheid kan worden gekwalificeerd;
Indien bij besluiten waar sprake is van beleidsvrijheid reeds in de voorbereidingsfase aannemelijk is dat tegen de te nemen beslissing bezwaar zal worden gemaakt dan wel beroep ingesteld;
Indien in de voorbereidingsfase de standpunten van de portefeuillehouder, adviseurs en de mandataris met betrekking tot de te nemen beslissing uiteenlopen;
Indien de mandaatgever, de portefeuillehouder, de Directie (gemeentesecretaris), het Afdelingshoofd dan wel de gemandateerde de wens daartoe te kennen geeft;
Ten aanzien van de vaststelling en verzending van stukken aan een raadscommissie en/of de gemeenteraad;
Ten aanzien van uitingen, gericht aan andere overheidsorganen, tenzij in overeenstemming met bij het betrokken orgaan bekend beleid of met geheel bij de wettelijke regeling of de jurisprudentie bepaald beleid.