1. De leden van het periodiek overleg hebben in beginsel zitting voor de duur van 4 jaar. Deze zittingsduur wordt telkens met een periode van 2 jaar stilzwijgend verlengd met een maximum van 8 jaar. De verlenging met twee jaar vindt niet plaats indien er geschikte kandidaten op de wachtlijst staan.
2. Het lidmaatschap eindigt:
a. op verzoek van het lid;
b. als de zittingsduur is verlopen en het lid niet voor verlenging in aanmerking komt;
c. indien het lid wordt geschorst;
d. indien het lid of de persoon die het lid vertegenwoordigt, gedurende maximaal 3 maanden geen geïndiceerde meer is.
3. Tot schorsing van een lid wordt overgegaan indien het lid handelt in strijd met deze verordening, herhaaldelijk verwijtbaar verzuimt deel te nemen aan vergaderingen, als het lid spreekt namens het periodiek overleg zonder een machtiging daartoe, bij schending van de expliciet afgesproken geheimhouding of bij herhaaldelijke verstoring van de vergaderorde.
4. Schorsing vindt plaats nadat het betreffende lid in de gelegenheid is gesteld zijn of haar visie kenbaar te maken. Van het voornemen van het periodiek overleg een lid te schorsen wordt het Dagelijks Bestuur vooraf in kennis gesteld.
5. De voorzitter heeft zitting voor de duur van 4 jaar. Deze zittingsduur kan tweemaal worden verlengd.
Artikel 6
Zittingsduur en schorsing van leden
Onderdeel van Verordening Cliëntenparticipatie Wet sociale werkvoorziening gemeente Hillegom