Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 5.1 onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
a. aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 5.1 onder a onmogelijk maken dan wel
b. een collectief systeem als bedoeld in artikel 5.1 onder a niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek 2009