1. De persoon aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt of deze heeft aangevraagd, is verplicht aan het dagelijks bestuur mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed (kunnen) zijn op het recht op een voorziening.
2. Het dagelijks bestuur is bevoegd de in het eerste lid genoemde persoon, na verlening van een voorziening op grond van de verordening, op te roepen teneinde vast te stellen of de omstandigheden die hebben geleid tot de verlening van de voorziening, gewijzigd zijn.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.6
Wijzigingen in de situatie
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek 2009