In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Huisvestingswet;
besluit: het Huisvestingsbesluit;
eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woonruimte of een gebouw;
Fonds Voorzieningen Sociale Woningbouw 2006: het fonds voortvloeiend uit de verordening “Fonds Voorzieningen Sociale Woningbouw 2006”;
huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand;
huurprijsgrens: de grens waartoe volgens de wet huursubsidie kan worden verkregen;
koopprijs: de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald;
koopprijsgrens: de grens die jaarlijks bepaald wordt door het ministerie van VROM en Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland;
NEN 2580: Nederlandse Norm nummer 2580;
onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de wet;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet;
woonruimte: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meerdere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning van een huishouden;
zelfstandige woonruimte: woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.