1. De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende informatie en bewijsstukken:
a. Naam en adres van de eigenaar;
b. Dagtekening;
c. Handtekening van de aanvrager;
c. Gegevens over de huidige situatie en na splitsing opgemaakt door een gediplomeerd makelaar:
- adres en kadastrale ligging;
- huur- of koopprijs;
- aantal kamers;
- woonoppervlak;
- woonlaag;
- staat van onderhoud;
- verwachte huur- of koopprijs;
- bestemming;
- bouwtekening/bouwvergunning.
e. Concept akte van splitsing opgemaakt door een beëdigd notaris;
f. Indien sprake is van reeds verleende vrijstelling van het bestemmingsplan als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening dient de aanvrager aan te tonen met gegevens of er overeenstemming is met die vrijstelling.
g Indien burgemeester en wethouders dat nodig achten, kan overlegging van andere stukken verzocht worden.
2. Op of bij de splitingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie:
a. de mededeling dat binnen één jaar van de splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden;
b. het gebouwd onroerend goed waarop de splitsing betrekking heeft.
3. Indien slechts gebruik kan worden gemaakt van de splitsingsvergunning na verlening van vrijstelling van een bestemmingsplan als bedoel in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, wordt de aanvraag mede aangemerkt als een verzoek om zodanige vrijstelling.
4. Indien sprake is van het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders om nadere informatie en/of stukken verzoeken ter beoordeling van het vrijstellingsverzoek.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Aanvragen van een splitsingsvergunning
Onderdeel van Verordening wijziging woningvoorraad 2006