Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Aanvragen van een onttrekkingsvergunning

Onderdeel van Verordening wijziging woningvoorraad 2006

1. De aanvraag van een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende informatie en bewijsstukken: a. Naam en adres van de eigenaar; b. Dagtekening; c. Gegevens over de huidige situatie: - adres en kadastrale ligging - huur- of koopprijs; - aantal kamers; - woonoppervlak; - woonlaag en - staat van onderhoud; d. Gegevens over de beoogde situatie: - bestemming; - bouwtekening/bouwvergunning en - compensatievoorstel; e. Reden van het verzoek; f. Gegevens bij voorgenomen samenvoeging of omzetting: - verwachte huur- of koopprijs; - naam van de toekomstige bewoner(s); - omvang van het huishouden van de toekomstige bewoners en - schriftelijke verklaring van toestemming van de huurder; g. Indien sprake is van reeds verleende vrijstelling van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dient de aanvrager aan te tonen met gegevens of er overeenstemming is met die vrijstelling. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel. 3. Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de praktijkuitoefening door officieel erkende medici of paramedici winnen burge¬meester en wethouders steeds het advies in van de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische Beroepen. 4. Op of bij de onttrekkingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informa¬tie: a. de mededeling dat binnen één jaar van de onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt moet worden, dan wel de termijn in geval van een tijdelijke vergunning; b. de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; c. de opgelegde compensatie; d. de mededeling dat pas nadat voldoende is gecompenseerd, gebruik gemaakt mag worden van de vergunning; e. overige voorwaarden. 5. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verle¬nen voor tijdelijke onttrekking, zij bedraagt maximaal vijf jaar. 6. Indien van de ontrekkingsvergunning slechts gebruik kan worden gemaakt na verlening van vrijstelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, wordt de aanvraag om ontrekkingsvergunning tevens aangemerkt als een verzoek om zodanige vrijstelling. 7. Indien sprake is van het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders om nadere informatie en/of stukken verzoeken ter beoordeling van het vrijstellingsverzoek.

Rechtspraak bij dit artikel