1. Alleen principebesluiten van de raad kunnen onderwerp zijn van een referen-dum.
2. Geen referendum kan worden gehouden over de volgende besluiten:
a. besluiten van de raad genomen als beroepsinstantie;
b. besluiten, inhoudende het voor kennisgeving aannemen van nota’s, rapporten, etc.;
c. besluiten over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en met betrekking tot geldelijke voorzieningen voor (ge-wezen) ambtsdragers en hun nabestaanden;
d. het besluit tot het vaststellen van de begroting;
e. besluiten met betrekking tot het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belastingen;
f. besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege spoedeisende belangen;
g. besluiten in het kader van de referendumverordening.