Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
1. Medewerker: de ambtenaar, als bedoeld in artikel 1:1, lid 1, sub a van de CAR-UWO.2. Werkkleding:
a. kleding, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor de uitoefening van de functie van de medewerker,b. kleding, die is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare aan (de bedrijfsorganisatie van) de werkgever gebonden beeldkenmerken ter grootte van tenminste 70 cm2, enc. kleding en schoeisel, in het kader van de Arbo-wetgeving;
3. Het college: het college van burgemeester en wethouders.