Als één ruimte wordt aangemerkt:
a een binnen de gemeente gelegen ruimte;
b een gedeelte van een onder a bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
c een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
d het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a bedoelde ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel c bedoeld samenstel.
Artikel 3
Belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en invoerdering van de belastingen op roerende woon- en bedrjfsruimten