Naar hoofdinhoud
1. Deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel verstaat onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. week: een kalenderweek; d. dag: een etmaal. e. Algemene Wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301); f. Invorderingswet 1990: de Wet van 30 mei 1990 inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen (Stb. 1990, 221). 2. Gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdvak resteren.

Rechtspraak bij dit artikel