**1..** Indien de gemeenteraad besluit het onderzoek van enig onderwerp of voorstel op te dragen aan een bijzondere daartoe ingestelde commissie, niet zijnde een commissie met bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 155b t/m 155f van de wet, bestaat de commissie uit drie of vijf leden, die door de raad uit zijn midden worden benoemd, tenzij die benoeming aan de voorzitter wordt overgelaten.
**2..** Wanneer door één der raadsleden een voorstel is gedaan, dat in handen van een zodanige commissie gesteld wordt, is de voorsteller lid van die commissie.
**3..** Iedere commissie tot uitvoering van een bijzondere last wijst uit haar midden een voorzitter aan, alsmede een lid dat met de redactie van het verslag zal zijn belast.
**4..** De voorzitter van elke bijzondere commissie ontvangt alle in handen van de commissie gestelde stukken, roept de leden samen en leidt hun beraadslagingen. Elke commissie kan zich zonodig door derden doen voorlichten. Wanneer die voorlichting schriftelijk gevraagd en verkregen is, wordt die bij het verslag aan de raad overgelegd. De kosten welke de commissies moeten maken voor de uitvoering van hun taak, worden vergoed uit een door de raad ter beschikking gesteld onderzoeksbudget.
**5..** Elke commissie draagt zorg dat haar verslag zo spoedig mogelijk aan de voorzitter van de gemeenteraad wordt ingezonden. Zijn daartoe meer dan drie maanden na haar benoeming nodig, dan geeft de commissie daarvan aan de raad kennis. Indien in bijzondere gevallen meer dan zes maanden nodig zijn, is de commissie gehouden de raad verlof voor een bepaald tijdvak te vragen. Elk verslag moet steeds tot een bepaalde conclusie leiden, waarover met "voor" of "tegen" kan worden gestemd. Het gevoelen van de minderheid wordt, zo dit door deze wordt verlangd, tevens in het verslag opgenomen.
**6..** De leden zijn verplicht het hun opgedragen lidmaatschap van de commissies aan te nemen, tenzij de raad mocht oordelen, dat de redenen van verschoning, door de benoemde aangevoerd, gegrond zijn.
**7..** De commissies worden, zo zij het verlangen, bijgestaan door de griffier, of een door hem aan te wijzen griffiemedewerker. De nodige stukken worden haar uit het archief voor gebruik afgestaan, op een bewijs van ontvangst, door haar voorzitter af te geven.
**8..** Een lid van deze commissies mag enig ter visie liggend stuk niet buiten het stadhuis brengen of hiertoe aan derden opdracht geven.