Een belanghebbende wordt voor de in artikel 18 vermelde voorziening in aanmerking gebracht indien:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken en
de te verstrekken rolstoelvoorziening bijdraagt tot het bereiken van het doel zoals dat genoemd is in het eerste lid van artikel 18.
Hoofdstuk 7
Artikel 19.
Toekenning rolstoelvoorzieningen
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011