**1..** De gepensioneerde wethouder heeft recht op een toeslag op zijn pensioen indien dat pensioen is berekend met toepassing van de franchise bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a, en indien de kalendertijd, waarin de voor de berekening van zijn pensioen meetellende diensttijd is gelegen, geheel of gedeeltelijk samenvalt met de kalendertijd, die in aanmerking is genomen bij de berekening van enig pensioen waarop zijn echtgenoot recht heeft, mits op laatstbedoeld pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet.
**2..** Voor de toepassing van dit artikel wordt mede als echtgenoot aangemerkt degene die voor de toepassing van de Algemene Ouderdomswet als echtgenoot van de gepensioneerde wethouder wordt aangemerkt.
**3..** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt voor elk voor de berekening van het pensioen tellende jaar binnen de samenlopende kalendertijd 0,525 percent van de franchise bedoeld in artikel 19, vierde lid.
**4..** De toeslag wordt slechts toegekend op schriftelijk verzoek en gaat in op de dag waarop de in het eerste lid bedoelde omstandigheid is opgetreden, met dien verstande dat de toeslag niet vroeger ingaat dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin het verzoek is ingediend.
**5..** Voor de toepassing van artikel 157 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers en van hoofdstuk III van deze verordening wordt de toeslag ingevolge dit artikel niet onder het pensioen begrepen.
Afdeling II › Hoofdstuk II
Artikel 21
Samenvallende diensttijden van echtgenoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995
Onderdeel van Uitkerings-en pensioenverordening wethouders voor de gemeente Hoorn 1998