Wanneer uit een schriftelijke rapportage van de politie blijkt dat de exploitant/beheerder geen toezicht houdt op het voorkomen van strafbare feiten zoals bepaald in artikel 3:8, tweede lid onder a. APV, zal afhankelijk van de ernst van de gepleegde strafbare feiten, de exploitant schriftelijk worden gewaarschuwd, de inrichting conform artikel 3:7, eerste lid onder b APV voor bepaalde tijd worden gesloten dan wel de vergunning conform het bepaalde in artikel 3:13a, eerste lid, APV worden ingetrokken.