Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 3.7

Aan subsidieverlening voor de restauratie van bijzondere onderdelen of objecten verbonden voorschriften

Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Bergen 2002

1. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door ter zake bekwame en erkende bedrijven. 2. De eigenaar is gehouden zo spoedig mogelijk na de in artikel 3.6 lid 3 bedoelde subsidietoezegging de werkzaamheden te doen aanvangen. 3. Aan het begin en het einde van de restauratiewerkzaamheden zendt de eigenaar onmiddellijk een kennisgeving aan het college van burgemeester en wethouders. 4. Het college van burgemeester en wethouders ziet toe op een correcte uitvoering van de werkzaamheden. 5. De restauratiewerkzaamheden moeten binnen 18 maanden nadat de beschikking als bedoeld in artikel 3.6 lid 3 is genomen, zijn uitgevoerd, tenzij hiervan in de desbetreffende beschikking is afgeweken. 6. Na afloop van de werkzaamheden zendt de eigenaar aan het college van burgemeester en wethouders binnen 13 weken een financiële verantwoording, die is gerelateerd aan de ingediende begroting en waarin een gespecificeerd overzicht wordt gegeven van meer- en minderwerk. 7. Bij de financiële verantwoording worden gelijktijdig de originele rekeningen van de uitgevoerde werkzaamheden en kopieën van de daarop betrekking hebbende betalingsbewijzen overgelegd. 8. De eigenaar bericht zo spoedig mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de beslissing inzake de subsidie, onder overlegging van de relevante stukken. 9. Na voltooiing van de werkzaamheden is de eigenaar verplicht het gemeentelijk monument te houden in de staat waarin het door restauratie is gebracht. 10. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van één of meer bovenstaande voorwaarden, mits daartoe een schriftelijk verzoek is ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel