De omvang van het persoonsgebonden budget zal bepaald moeten worden.Bij diensten inzake de huishoudelijke verzorging gaat het om de betaling van tijd aan dienstverleners. Dit is zorg afkomstig uit de AWBZ. De AWBZ kende al een dergelijk systeem van persoonsgebonden budgetten. Daarbij werd het persoonsgebonden budget vastgesteld op 75% van de tarieven zoals die berekend werden in de thuiszorg (gewogen gemiddelde van het uurbedrag bij zorg in natura). Vanuit die tarieven werd het tarief voor de diverse functies bepaald. Diegenen die op basis van overgangsrecht op 31 december 2006 een indicatie hebben zullen ook in het jaar 2007 deze bedragen nog ontvangen zo lang als de indicatie duurt, doch maximaal tot en met 31 december 2007. Daarna vallen zij onder de gemeentelijke regels. De gemeentelijke regel met betrekking tot de vaststelling van het persoonsgebonden budget volgt in grote lijnen bovenstaande regel. Ook hier is gekozen voor 75% van de tarieven voor zorg in natura van de gecontracteerde zorgaanbieders. Artikel 5 van het Besluit gaat hier nader op in.Voor zover huishoudelijke verzorging nodig is die klasse 6 overstijgt is het mogelijk additionele uren aan deze hoogste klasse toe te voegen. Indien hier gebruik van wordt gemaakt dan wordt per uur het bedrag van klasse 1 toegepast.Over een bedrag van 1,5% van het netto persoonsgebonden budget voor huishoudelijke verzorging, met een minimum van € 250,00 en een maximum van € 1250,00 per jaar hoeft geen verantwoording afgelegd te worden. De budgethouder kan dit bedrag gebruiken voor bijvoorbeeld het plaatsen van personeelsadvertenties, voor postzegels, voor telefoonkosten en voor andere kosten die gemaakt moeten worden in het kader van het persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.11
Persoonsgebonden budget bij huishoudelijke verzorging
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt